200

VooruitBroer zou ons naar Zus brengen. Met zijn nieuwe auto.

Broer houdt van vlot rijden. En daarbij is ‘vlot’ zwak uitgedrukt. Op de snelweg – en, nu ik er over nadenk, ook daaraf – haalde de wijzer van de snelheidsmeter het 200-streepje. Met gemak.

Ikzelf ben niet zo’n snelheidsduivel. Als ik autorijd – en ik rijd nooit auto – houd ik me keurig aan de gestelde limieten. Eerlijk gezegd ben ik al blij als ik die kleine gele bordjes met ‘100’ erop ontwaar. Sneller hoeft voor mij niet. Zo’n auto gaat meesttijds rammelen, het stuur begint te trillen en al met al bezorgt die snelheid mij een gevoel van onveiligheid. In mijn gedachten zijn reddingsdiensten al bezig om de restanten van de auto en de inzittenden voorzichtig uit elkaar te plukken.

Brrrr is – dat wil ik dan ook even gezegd hebben – evenmin een held op snelheidsgebied. Jazeker, hij wil beslist met mij nog een keer op de ski’s een berg afglijden, maar ik betwijfel of die latten dan sneller dan 12 kilometer per uur zouden gaan.

Op zijn beurt moet ik Broer ook complimenteren: hij rijdt (ondanks de hoge snelheden) veilig en weet op tijd te anticiperen. (Dat is claxoneren wanneer je het vermoeden hebt dat een of andere doffe muts van jouw weghelft gebruik dreigt te gaan maken.)

Veilig of niet veilig: Brrrr en ik zaten achterin en voelden het bloed uit onze gezichten wegtrekken. Het zweet gutste uit Brrrr’s handen, zijn hart bonkte in de keel en zijn bloeddruk was ongetwijfeld tot recordhoogte gestegen. Hier kon geen Python tegenop.

Naar voren kijken was uitgesloten. Dat zou zijn als met het gezicht omhoog onder de guillotine gaan liggen. Dat doe je niet. Da’s slecht voor je gezondheid. Dus keken we opzij en zagen landschappen sneller voorbijzoeven dan mogelijk zou zijn geweest in een TGV. En we praatten over koetjes en kalfjes met mijn moeder, die ook mee werd vervoerd. Zij was opmerkelijk rustig onder deze hellerit – maar ja, zij kijkt de dood ook al bijna in de ogen.

Moet gezegd worden, dat we in de snelste tijd ooit arriveerden op onze Belgische bestemming. Met knikkende knieën en gespannen gemoed vielen we Zus om de nek. We hadden het er levend van afgebracht! Nu niet denken aan de nakende terugrit.

Maar de middag verliep goed. Er was een traiteur ingeschakeld en – belangrijker – er was de nodige wijn gekoeld. Vanwege het mooite weer zaten we ineens buiten op het terras en lieten het ons smaken. Veel te vroeg moesten we alweer afscheid nemen.

Huiswaarts had Broer zijn rijstijl niet aangepast. (Ik wil trouwens nog even benadrukken dat ie geen druppel alcohol had gedronken. Alleen bronwater.) Dus weer vlogen we als een speer over de Vlaamse en later Nederlandse wegen. Maar het was anders dit keer.

Nu geen trillende en angstige Brrrr en René. Nee, we waren uitgelaten, telkens als we weer zo’n suffe BMW inhaalden. We juichten als we een slome Rover passeerden. Gilden als een trage Mercedes zich niet snel genoeg uit de voeten maakten. “Wegwezen! Dit is ónze weg!”

Toen Broer weer es gas gaf en de snelheidsmeter ‘200’ toonde kon ik het niet meer houden.

-“Ready for take-off!” scandeerde ik.
-“Thunderbirds are go!” joelde Brrrr.

(Het was heul goeie wijn. Hij heeft ons leven gered.)

Standaard

Een gedachte over “200

  1. Pingback: Mowl.eu » Blog Archive » Honds

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.