Niets

sloop

Als men je werk afbreekt om andere dan literaire redenen, stel je dan gerust; je hebt talent. Pieter Geert Buckinx (1903-1987)

Op weg naar ’t station passeerde ik ’n jongen met z’n hond.

De jongen had ’n te grote baseballpet achterstevoren op z’n krullen. Hij droeg ’n gewat­teerde jas en ’n spijker­broek met ’n veels te laag kruis. Z’n loopje was waarschijnlijk stoer en lenig — maar ’t schoot niet op.

Bij de school even verderop zat ’n meisje op de stoep. Ze keek, tja, hoe zal ik ’t zeggen? Verveeld-chagrijnig, leek ’t me. Ongewild legde ik ’n connectie met de jongen. Toen ik na ’n honderdtal meter omkeek zag ik dat ik gelijk had gehad: de jongen zat, met de hond nog steeds aan de riem, op zijn hurken voor ’t meisje. Hij had ’n hand op haar knie gelegd.

[Toen ik even later met de trein langs dezelfde plek reed waren de jongen en ’t meisje verdwenen. Ook van de hond was geen spoor meer te bekennen. Wat ’n onbevredigend einde, dacht ik.]

Standaard

4 gedachten over “Niets

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.