Begin

Het is moeilijk te beginnen.

De winter is overgeslagen, de herfst is naadloos overgegaan in de lente. Ik zit op een balkon met een glas siroop. Intussen is de echtscheiding uitgesproken, ben ik twee keer verhuisd en weet ik dat ik over drie weken zonder werk zit. Ik moet nu solliciteren: vijftien brieven in de week, heeft het meisje van de sociale dienst me verteld. Ik doe braaf wat ze me heeft opgedragen. En ik bedenk hoe ik dat ga opschrijven.

Ik weet niet waarmee te beginnen.

Het voelt alsof ik drie jaar heb stilgestaan. Dat is onzin natuurlijk — ik weet dat ik veranderd ben. Ik voel het. Ik krijg een nieuwe kans, zeg ik tegen mezelf. Een nieuwe kans om eindelijk te gaan doen wat ik drie jaar geleden al had willen doen. Een raam wordt gesloten, maar de deuren staan wagenwijd open. De wereld roept, het leven lonkt, de toekomst is voor mij! Ik weet het. IK WEET HET!!! Ik weet het.

Maar hoe moet ik beginnen?

Mijn lief zegt me keer op keer dat ik talenten heb. Dat ik het ga maken. Dat de wereld voor me moet uitkijken. Dat ik niemand nodig heb, niemand dan mezelf. Want ik heb alles, ik ben alles, ik kan alles. En keer op keer knik ik en zeg ik dat ik het begrijp. Dat ik van hem houd. Dat ik het weet. En nog maar eens dat ik van hem houd. En hoop dat hij het me niet nog een keer vertelt. Want eigenlijk zegt hij dat ik wat moet gaan doen. Ik – weet – het…

Over drie weken zijn de afgelopen drie jaar voorbij. Dan ben ik vrij. Dat zeg ik tegen mezelf. Ha. Ik geloof het zelf niet eens.

Waarom ga ik dan niet beginnen?

Dat weet ik niet. Ik ben bang, denk ik. Ik zal wel bang zijn. Ergens bang voor zijn. Ik weet het niet. Waarvoor — ik heb geen idee. Maar angst is het meest waarschijnlijke. Angst verlamt, zeggen ze. Dat zeggen ze. Toch?

Over drie weken ga ik beginnen.

Dat zeg ik tegen mezelf. Over drie weken zijn de afgelopen drie jaar voorbij. Dan ben ik vrij. Dat zeg ik tegen mezelf. Ha. Ik geloof het zelf niet eens. Over drie weken ben ik net zo vrij als nu. Ik heb hooguit meer tijd. Nou ja, hooguit. Ik heb meer tijd. Maar dat is onzin. Er is altijd genoeg tijd. Dat weet ik. Altijd genoeg tijd om te beginnen. Met een nieuwe dag. Een nieuw leven. Een nieuwe start.

Mijn lief laat me niet los. Hij duwt en trekt, hij zet me in beweging. Ik wil het liefst met rust gelaten worden, voel ik. Niets aan mijn hoofd. Zinken in mezelf. In mezelf en mijn ongeluk. Precies zoals hij me vijftien maanden geleden heeft gevonden, bedenk ik me. Op die zolderkamer. Waar ik simpelweg ongelukkig kon zijn met mijn droeve lot. Dat wilde ik. Dat dacht ik. Tussen onuitgepakte resten van een verdwenen verleden. Drijfzand van karton. Daar vond hij mij. Hij duwde en trok. En zette me in beweging. Vijftien maanden geleden. Hij is niet opgehouden, toen ik dacht dat ik er was. Dat het genoeg was. Omdat ik moe was. Lui, misschien. Ik heb talenten, zegt hij. Ik ga het maken. De wereld zal van me opkijken, zegt hij. Ik geloof hem. Dat weet ik in elk geval. Dat weet ik zeker. Dat heb ik altijd geweten. Altijd.

De winter is voorbij. Het is lente. De zomer nadert. De tijd is niet over drie weken. Over drie weken is het alweer bijna herfst. Over drie weken zijn er weer drie weken voorbij. Dan is nu voorbij. Nu komt nooit meer terug.

Ik zit op een balkon met een glas siroop. Ik neem een slok — dat kan nog wel.

En ik begin.

Standaard

Een gedachte over “Begin

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.