BelemmeringLeestijd 1 min

Ook langs platgetreden paden valt dikwijls nog een heleboel te zien. C. Buddingh’

Ze had het niet in de gaten. Denk ik.

Ze stond in elk geval pal op het voetpad – en zo breed was dat niet, of de andere gebruikers moesten met een flinke boog om haar heen. De ene deed dat wat grinnikend, de ander iets meer mopperend. Maar intussen hoorde ze niks of hield zich doof en bekeek haar berichten of in elk geval haar telefoon.

“Wat zou ze lezen?” vroeg ik Lief, terwijl ik omheen de geparkeerde auto’s laveerde. Hij weet voldoende van mijn niet aflatende nieuwsgierigheid, die hij, tegen beter weten in, keer op keer meent te kunnen temperen.

“Laat dat nou eens rusten,” zei hij gallisch, waar ik me op mijn beurt weer niks van aantrok. Sterker nog, ik draaide mijn hoofd en zag haar stilstaan, elke doorgang stremmend. Lief stootte me aan.

“Wat nou?” zei ik.

“Een fietser,” waarschuwde hij.

Gelukkig kon die me net ontwijken.

Standaard