De tijdLeestijd 1 min

Wachten is even staren in de eeuwigheid. Eduard Acda

In het noordwesten moest hij te zien zijn, de komeet van deze dagen. We hadden een bankje gevonden met vrij uitzicht, maar de hemel was bewolkt. Gelukkig hadden we wijn bij ons.

Vanzelf ging ons gesprek over het universum, de eeuwigheid en de oneindigheid – waar anders konden we het over hebben, terwijl we op de opening van het firmament wachtten?

Enkele jongens verzamelden zich rauwelijks met hun scooters op het pleintje achter ons. Ze hadden muziek bij zich van lang geleden.

Er werd naar ons geroepen – ik verstond het niet, maar Lief wel.

“Stelletje ouwe zuiplappen,” vertaalde hij. Ik grinnikte om de typering. Dan reden ze weg, net zo plots als ze gekomen waren, in colonne, tegen de rijrichting in – alsof er geen regels of risico’s bestonden – alleen het nu.

Wij bleven achter, wachtend met onze woorden en elkaar.

De lucht bleef gesloten, de staartster ongezien. We hadden de tijd.

Standaard