De voltrekker

Je moet de anderen in de gaten houden. Op die manier kom je te weten hoe normaal je zelf bent. David Henry Wilson

Je moet de anderen in de gaten houden. Op die manier kom je te weten hoe normaal je zelf bent. David Henry Wilson

Tussen al de mensen in de stationshal viel ze me meteen op door haar zelfgekozen onuitgesprokenheid. Ik zag dat aan haar oogopslag, die naar de grond gericht was, en de gebogen houding. Ze keek niet op omdat ze niet gezien wilde worden. Ik kende mensen zoals zij.

Ze was wat aan de forse kant en omhulde zich met een simpele regenjas over een simpel jurkje. Op haar hoofd droeg ze een simpele grijze muts, waarvan ik vermoedde dat ze die zelf had gebreid.

Mogelijk zou iemand haar kunnen verwarren met een dakloze, maar dat was ze niet. Ondanks haar eenvoud zag ze er daar te verzorgd voor uit. Het enige wat ik niet meteen kon plaatsen was de plastic tas die ze bij zich droeg. Er leken kleren in te zitten, maar dat wist ik niet zeker.

Ik observeerde haar vanaf de plek waar ik stond. Ze zag me niet, geloof ik, en anders lette ze gewoon niet op mij.

Ze liep naar een bankje, waar ze aan de rand ging zitten. Vooreerst hield ze de plastic tas strak tegen zich aan. Wat er ook in zat, het moest belangrijk zijn voor haar. Waardevol was het niet, schatte ik – hoewel je daar ook al niet meer zeker over kunt wezen, vandaag. Er duiken steeds weer verhalen op van haveloze zwervers die bij hun overlijden miljonair blijken te zijn.

Zij was niet rijk, of ik moest me vergissen. Daarbij was ze eenzaam. Misschien was ze zo geworden, nadat ze jaren had gedroomd van een man en kinderen, die nooit kwamen. Of ze had ze wel gehad, maar hij was verdwenen met een mooiere jongere vrouw en de kinderen wilden niks meer met haar te maken hebben. Of ze had een gelukkig gezin gehad dat door tragische omstandigheden uit elkaar was gevallen – een ongeluk of terminale ziekte kan iedereen gebeuren.

Wat haar verhaal ook mocht zijn: nu was ze alleen. Ze zat op de rand van een bankje, met een plastic tas naast zich alsof het het enige was wat ze nog bezat. Ze was lijdzaam of daar al voorbij. Als ze het lef ervoor had gehad was ze voor een bus gelopen of in de rivier gestapt. Maar ze kon het leven al niet aan, laat staan de dood.

Ze zat daar bewegingsloos, voor lange tijd, op dat bankje, aan de rand. Ze had een bordje kunnen dragen: ‘Let niet op mij’ – maar niemand die dat deed. Alle mensen in de stationshal, de reizigers, de wouten, de junks en de hoeren, liepen langs haar heen, alsof ze er niet was.

Als dat was wat ze wilde.

Na zo’n drie kwartier stond ze op, de tas nog tegen zich aan, en liep ze terug naar de uitgang. Ze had misschien gewacht op iemand of op de trein. Het was vergeefs geweest. Zoals alles.

Ik stak mijn handen in mijn zakken en kwam haar achterna.

Niemand zou haar ooit missen.

Standaard

Een gedachte over “De voltrekker

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.