Drie pesosLeestijd 1 min

Ik ween om bloemen in den knop gebroken
en vóór de ochtend van haar bloei vergaan.
Willem Kloos

“Drie pesos,” zei hij, “ik gaf zo’n jongen drie pesos. Dat is ongeveer negen cent.”

Hij keek me even aan, vorsend, om zeker te zijn dat ik de draagwijdte begreep van waar hij het over had.

“Ik gaf dus drie pesos aan een jongen van, wat zullen we zeggen, veertien, vijftien jaar, en die ging dan de man halen die ik zocht tussen de achtduizend die er vastzaten.”

Hij schudde zijn hoofd. Zelf had hij een muntje van de bewaker gekregen toen hij zich meldde voor een bezoek aan een landgenoot.

Niet kwijtraken, had die mij op het hart gedrukt, want alleen daarmee kun je deze hel weer verlaten.”

Hij haalde zijn schouders op.

“Daar maakte ik me geen zorgen over,” zei hij, “gewoon goed uitkijken.”

Hij kneep zijn ogen nauwer.

“Maar die kids,” zei hij, “van veertien, vijftien.” Zijn lippen vertrokken.

“Ik mocht gewoon weer weg,” verbeet hij dan.

Standaard