DriftstroomLeestijd 1 min

Leg als laatste wat gij doet
al mijn gedichten aan mijn voet;
krachten waarmee ik opstaan moet.
Gerrit Achterberg

“Lees me een gedicht,” smeekte ik zowat meer dan ik gebood.

Lief schrijft, net zoals ik – maar waar mijn teksten ongebonden heten te zijn en een gevolg van de omstandigheden, is hij de schepper, de poëet, in de ware betekenis van de Griekse oorsprong.

In de ochtend, elke ochtend wanneer de gelegenheid zich voordoet (en dezer dagen is dat zo goed als dagelijks), maak ik koffie en opent hij zijn geschriften om een proeve van zijn bekwaamheid voor te dragen, zodat ik me kan laten voeren naar werelden, ver voorbij mijn bevattingsvermogen, gedwongen om slechts de meest basale van de gemoedsbewegingen te laten evoceren.

Ik zou geen ander begin van de dag wensen.

Vrijheid is niets anders dan de afstand tussen de jager en zijn prooi, herzegt Vuong in zijn debuut. Dat is maar al te waar. De gedichten die ik elke ochtend krijg opgediend bewijzen maar eens hoe waar.

Standaard