Tussen beideLeestijd 1 min

Onze woorden hebben vleugels, maar ze vliegen niet naar waar wij het willen. George Eliot

Ergens speelde iemand het Slotkoor van Beethovens Negende op de blokfluit, in een tempo en op een wijze die de oude meester bijkans had doen terugkeren om de vlegel met het blaasinstrument om de oren te slaan.

Ik zat in de tuin en las Zafón met Nova op mijn schoot. ‘Wat denken we van een toost op het verleden, de toekomst en op ons die zich tussen beide bevinden?’ opperde Sempere op bladzijde 459.

De kat sprong op toen ik iemand voelde aankomen. Lief, wist ik meteen, zonder hem te hebben gezien. De ogen in de rug zijn vaak getrouwere waarnemers dan die in het hoofd. Ik legde het boek weg. Lief omhelsde me.

“Wat heb je gedaan?” vroeg hij.

“Niet veel,” antwoordde ik naar waarheid, “gelezen, geschreven.”

Lief ging aan de tafel zitten.

“Een uitstekende tijdsbesteding,” oordeelde hij. Ik pakte zijn hand.

De muziek was gaan liggen. Beethoven kon bedaren.

Standaard