DroomvluchtLeestijd 1 min

Als je toekomst heden is geworden, rest er weinig manoeuvreerruimte meer voor dagdromen. Dat heeft zijn nadelen, bijvoorbeeld bij het in slaap komen. Remco Campert

Ik droomde dat ik droomde en dat, toen ik wakker werd, ik mijn droom wilde vertellen aan Lief.

Het ging om de regels van een spel, weet ik nog, een spel met kaarten en woorden, dat in de droom die ik droomde aan alle wetten van de logica – dat wil zeggen: de logica van de wereld die ik droomde – voldeed, tot ik ontwaakte in mijn droom en de absurditeit inzag van wat even daarvoor nog volstrekt samenhangend had geleken.

Ik bezwoer dat ik opnieuw zou wakker worden, want ik scheen te beseffen dat ik in een nieuw visioen was ontwaakt dat slechts de illusie van dat daarvoor had gevolgd.

Hoe lucide het was, ik weet het niet, maar ik opende daarop mijn ogen en zag Lief, die ook al uitgeslapen was, mij aankijken.

“Wat ik nu toch heb gedroomd,” begon ik. Maar toen ik wilde vertellen was ik alles kwijt.

Standaard