Een treinverhaal

In de trein stapten twee strooien hoeden in.

Hij was duidelijk de baas van het stel. Hij vertelde waar zij het koffer neer moest zetten en waar zij samen zouden gaan zitten. Hij aan de raamkant, zij aan het gangpad. De trein zette zich in beweging. We gingen naar A.

Vlak voor het hoofdstation kondigde de omroeper een satelliet-halte aan. De man duwde de vrouw het gangpad op, met de koffer. Zelf ging hij achter haar aan.

Vrij snel had hij echter in de gaten dat ze nog niet op Centraal waren gearriveerd. De man met de strooien hoed ging weer zitten. De vrouw stond reddeloos in het gangpad. Ze had geen benul of ze bij het aankomende station moest uitstappen of niet. Ze keek om zich heen.

Toen ze zag dat bijna iedereen bleef zitten – inclusief de man met de strooien hoed – begaf ze zich weer naar hun zitplaatsen. De man was aan de gangpadzijde gaan zitten. Ze gebaarde dat ze ook een plaatsje wilde.

Met zichtbare tegenzin schoof de man met de strooien hoed een plaatsje op.

[Had hij haar willen dumpen? Gingen ze nu samen op vakantie? Hoe vaak zouden ze nog moeten?]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.