En passant

calla's

Alles blijft, alles gaat voorbij; alles blijft voorbijgaan. Jules Deelder (1944)

Iemand heeft ooit geconstateerd dat je bij het passeren van mensen precies een hele zin kunt opvangen. Met die zin moet je het doen.

Ik had er niet eerder op gelet, maar volgens mij klopt het. Ik wilde dat ik het nooit geweten had, want het horen van die ene zin begint zo langzamerhand een obsessie voor me te worden.

Zoals gisteren, bijvoorbeeld.

In de stad liepen we, net als drommen andere mensen. Zonder dat ik ze in het bijzonder zag kwamen we een man en een vrouw in tegengestelde richting tegen. Ze praatten.

En in het voorbijgaan hoorde ik haar, op een schampere toon, tegen hem zeggen: “Nee, ik ben toch zeker geen treintje!”

[De inhoud van deze mededeling lijkt me buiten kijf. Maar de betekenis kan ik er niet van doorgronden. Het blijft spoken in mijn hoofd.]

Standaard

5 gedachten over “En passant

  1. Ik dacht in eerste instantie aan sex, maar kan me geen positie indenken waarin je je een treintje voelt. Dus heeft ze waarschijnlijk geen zin om iemand op sleeptouw te nomen. Haar schoonmoeder of zo.

    {Mowl: sex? Ik denk nooit aan sex.}

  2. Misschien zei ze: “Ik ben toch zeker geen Trijntje”, zoals in Trijntje Oosterhuis.

    {Mowl: dat zou ook een duidelijk overbodige constatering zijn geweest.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.