GebedLeestijd 1 min

Je moet uit de kerk gaan om de hemel te kunnen zien. Maurice Chapelan

Ze ging voor me bidden.

Dat was nadat we elkaar hadden ontmoet en zij voelde dat ik een mooi mens zou zijn.

“Ik ga voor je bidden,” verzegde ze, “heb je ergens last van? Je rug, je hoofd, je schouders?”

Ik schudde drie keer van Nee. Ze peilde me met een half dichtgeknepen oog.

“Ik weet het al,” knikte ze beslist. Ze vouwde haar handen, sloot de ogen en begon haar voorspraak.

Daar stond ik, agnost tot in de kern van mijn wezen, bebeden door een onbekende. Ik had haar een kwezel genoemd in andere omstandigheden, maar die gedachte kwam nu niet in me op.

Integendeel, haar woorden en dan vooral haar gezindheid raakten me, bewogen me, ontroerden me zelfs.

Ze opende haar ogen. Met haar vlakke hand strekte ze naar mijn borst.

“Het wordt nu warm daar,” stelde ze. Ik knikte.

Ze had gelijk. Ze had mijn hart verwarmd.

Standaard