Geflikt

blauw
De mensen van de politie en van het gerecht zijn brave,
fatsoenlijke mensen, uit een fatsoenlijke democratische en zogezegde welvaartstaat. Het zijn wij die niet deugen. Louis Paul Boon (1912-1979)

Op de oprit stond ‘n politieauto geparkeerd. Achter ‘t stuur zat ‘n agent zonder pet. Twee kinderen stonden op enige afstand te kijken wat ie aan ‘t doen was. Op de drempel van ‘t huis hield ‘n vrouw alles in de gaten.

“En nu?” riep de agent. Hij drukte op ‘n knopje. ‘t Blauwe zwaailicht ging aan. De kinderen sprongen jubelend op en neer.

“Ja!” riep de vrouw opgetogen. “Nou doet ie ‘t!” Tevreden raapte de agent z’n pet van de stoel naast ‘m en zette die op z’n hoofd.

“Mooi.” zeidie terwijl ie uitstapte en naar de vrouw liep. Hij gaf d’r ‘n zoen op de mond. “Dan moet ik nu gaan.”

[De twee kinderen gingen naast de vrouw staan en zwaaiden de man uit die weer terug de politieauto instapte en wegreed. Zonder zwaailicht.]

Standaard

5 gedachten over “Geflikt

  1. Doet me denken aan de tijden dat ik klein was en mijn vader politieagent. De politieauto en -motor garage waren fantastisch vooral als de sirenes aangingen – Gelukkig heb ik mijn kids -if any- ook wat te bieden… (althans als ik bij mijn huidige werkgever blijf)

    {Mowl: en als ‘t aan de kinderen van je kinderen ligt kom je nooit meer uit ‘t pretpark vandaan.}

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.