GehandhaafdLeestijd 1 min

Bruggen verenigen maar scheiden ook. Jeanette Winterson

Ik dacht even in overtreding te zijn.

“We hebben een melding gekregen over twee personen die alhier verblijven,” zei de ene handhaver, van wie ik vermoedde dat hij de superieur was.

“Mag dat niet?” Ik had Agent willen zeggen, maar ik wist de aanspreektitel van een BOA niet. Hij gaf niet meteen antwoord.

“U kunt toch ook daar zitten?” wees de man naar de kade, even verderop.

“Het bevalt ons hier,” zei Lief, “hier op deze parkeerplaats onder de brug waar de avondspits over rondraast.”

De twee uniformen keken elkaar kort aan.

“Het is vreemd,” zei de ondergeschikte, alsof hij Verdacht bedoelde.

“Maar het mag dus wel?” probeerde ik nog een keer.

De ondergeschikte keek over het wagenpark.

“De volgende keer graag aan de kade,” ontweek de superieur.

“Het is gewoon vreemd,” herhaalde de ondergeschikte.

Er viel een moeilijk afrondende stilte. De ondergeschikte kuchte.

“Voor deze keer,” zei de superieur.

Standaard