GemeenschapLeestijd 1 min

Blijdschap is een boom
met bloesems en vogels en vruchten
en het onaanrandbare nest
voor de koninklijke droom
P.G. Buckinx

Een zanderig pad liep omhoog naar het spoorviaduct. Er stond een zwarte auto geparkeerd.

“Laten we omkeren,” zei Lief. Ik wandelde door.

“Laten we omkeren,” herhaalde Lief.

“Misschien is daar wel een gaanweg,” bracht ik tegen zijn bezwaar in. Bovendien was ik nieuwsgierig naar de gestalde wagen – maar dat zei ik niet. Aarzelend volgde Lief mij op enige afstand.

Er zat niemand achter het stuur, zag ik toen ik bijna boven was. Misschien wel een spoorwerker, dacht ik, die ergens in de buurt bezig was met spoorwerk. Met dat ik verder wilde, ontdekte ik een paar spiedende ogen vanaf de achterbank. En beter kijkend merkte ik er nog iemand. Ik keerde meteen om.

“En?” wilde Lief weten – hij had duidelijk al een idee.

“Ze zijn daar bezig,” nevelde ik. Lief grijnsde.

“Had je echt niks in de gaten?” vroeg hij later.

Ik zei niks, maar dacht even niet aan corona.

Standaard