GevleiLeestijd 1 min

Wie in de woestijn predikt, strooit zand in de ogen. Guy Commerman

“Niet om het een of ander, hoor, maar ik ben gewoon blij dat ik oud ben, tegenwoordig.”

Ze knikte erbij als om haar woorden te onderstrepen. Voor de gelegenheid – en voorzeker het weer – had ze een fleurig gevalletje aangetrokken, dat zwierde bij elke beweging die ze maakte als de ballerina, die ik me voorstelde dat zij vroeger geweest moest zijn, één die ooit een stervende zwaan had gedanst, die zo hartverscheurend was dat het publiek er nog lang over had nagesproken. En deze diva bracht mij haar ontboezemingen.

Zonder dat ik haar werkelijk kende maakte haar kennelijke vertrouwen, hoe futiel misschien ook, dat ik me fier voelde en daardoor onverplicht uitgenodigd haar te behagen.

“Hoe kunt u dit beweren,” acteerde ik verontwaardigd, “of neemt u soms een voorschot op uw leeftijd? U bent voorwaar nog veel te jong om uzelf oud te noemen.”

Ze giechelde.

“O, meneer toch,” bloosde ze.

Standaard