stoelen

Haas

Haas zag grauw de laatste tijd. De mensen spraken er met zorg over. De man die al sinds zo lang ze konden herinneren zijn route wandelde door de stad, de handen op zijn rug en hardop mopperend tegen wie hij tegenkwam, was niet lekker.

“Het zou zomaar zijn laatste winter kunnen zijn.” zeiden de mensen.

“Het zou zomaar zijn laatste winter kunnen zijn.” zeiden de mensen. Ik keek naar Haas. Hij had duidelijk aan kracht verloren, dat klopte. Dat was al zo sinds hij de vorige zomer bij een kapper was verzeild geraakt. Geknipt en geschoren had hij zich weer laten zien.

Zijn gladde gezicht was wennen. De mensen moesten er om lachen. Haas vond dat niks: dat hij was geknipt en dat ze moesten lachen. Vanaf dat moment werd het minder. Zijn stem werd zachter en zijn huid verschoot grauw.

Het haar was intussen aangegroeid. Maar Haas was er niet door opgeknapt.

“Voorlopig is het nog geen winter.” dacht ik.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.