Ziel

“Zij wil nooit blijven.” knikte de man naar de vrouw die met hem was. “Anders was ik niet teruggekeerd.”

De vrouw vouwde haar handen en draaide haar gezicht, zodat haar neus schuin naar boven wees.

“Maakt niet uit waar we heen gaan — ze heeft minstens vijf dagen een jetlag.”

“Ik ben altijd blij als ik weer thuis ben.” gaf ze toe. “Vakanties zijn niet aan mij besteed.” Ze keek even naar de man. “Het begint al als we weggaan.” zei ze. De man knikte.

“Dat klopt.” zei hij. “Maakt niet uit waar we heen gaan — ze heeft minstens vijf dagen een jetlag.” De neus van de vrouw kromde.

“Dat vind ik zo’n lelijk woord.” zei ze. “Jetlag.” Ze keek de man even strak aan. Hij sloeg zijn ogen neer. De lippen van de vrouw krulden licht omhoog.

“Ik zeg altijd dat mijn ziel er nog achteraan komt.” zei ze. “Dat klinkt mooier. Toch?”

De man legde zijn handen op tafel.

“Jetlag dus.” zei hij.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.