In de kerkLeestijd 1 min

Mijn moeder en ik moesten vannacht in een kerk slapen.

Het was er druk. Veel mensen waren aangewezen op het tijdelijke onderdak. We kregen een plekje toegewezen op een kerkbank. Kussens en dekens werden uitgedeeld.

Ik wilde mijn schoenen uitdoen, maar bedacht me toen ik de blikken van de andere aanwezigen zag. Schoenen zijn kostbaar, begreep ik. Nooit uitdoen of je bent ze kwijt.

De kerkbank was smal en hard. Ik was moe, maar aarzelde te gaan slapen. Mijn moeder lag een eindje verderop. We hadden geen contact. Ik hoopte dat ze het zou redden.

Blijkbaar was ik toch in slaap gevallen, want ik schrok wakker toen ik een arm op me voelde. Alsof het een insekt was, probeerde ik de arm weg te jagen. Het duurde een tijd voor ik met rust werd gelaten.

Even later werd ik aangeklampt door een man.

-“De beste wiet komt uit Israël.” wist hij.

De volgende ochtend vertelde mijn moeder dat die man ook bij haar was geweest. Hij had haar gevraagd om zijn kennis over de beste wiet om te roepen. Ik bad dat we die nacht een eigen onderkomen hadden.

(Pff – het was een droom. En asielzoekers zijn niet zielig, laat mevrouw Verdonk weten. Zal best. Maar als ik met mijn moeder onderdak moet zoeken in een kerk – dan ben ik wèl zielig!)

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.