Kaas

kaas
De mens leeft niet van brood alleen. Wel van de kaas van tussen een ander zijn brood. Julien de Valckenaere (1898-1958)

“Zoiets?” vroeg de kaasboer. Hij mat met z’n mes ‘n stuk af.

“‘n Plat stuk, graag.” zei Brrrr. De kaasboer verschoof ‘t mes.

“Zoiets?” vroeg ie.

“Prima.” zei Brrrr. ‘t Mes sneed door de kaas heen. Terwijl ie ‘t stuk inpakte keek ie ons aan. Z’n ogen twinkelden als vanouds.

“Jullie zijn al lang niet meer hier geweest.” constateerde die.

“Klopt.” zei Brrrr. “We zijn nu alweer bijna twaalfeneenhalf jaar geleden verhuisd naar Arnhem.” De kaasboer knikte.

“Zo zo.” zeidie. Hij deed de kaas in ‘n plastic zak en reikte die aan over de toonbank. “Niet meer zo lang wachten in ‘t vervolg, hè?”

[“Ik zou zelfs kaas van ‘m kopen als ie ‘t niet verkocht.” zei ik eenmaal buiten.]

Standaard

2 gedachten over “Kaas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.