OfflineLeestijd 1 min

Waarom is de meest verheven weergave van de vreugde steeds minder indrukwekkend dan het tafereel van het meest bodemloze zieleleed? Pieter Frans van Kerckhoven

De kinderen waren op bezoek. De kinderen van de overbuurvrouw. De overbuurvrouw met het hoofddoekje – daar de kinderen van, die waren op bezoek.

Tenminste, dat vermoedde ik. Ik moest het ook maar doen met wat ik zag, zo vanaf onze kant.

Hoe dan ook, ze zaten met zijn allen in een kring en dronken koffie. Of thee, dat kon ik niet zien.

Net een verjaardag, dacht ik.

Hé, dacht ik ineens daar achteraan, zij is er niet. De overbuurvrouw zelf, dacht ik, ik heb haar zelf nog niet gezien. Ze zal toch niet…

Ik dorst het nauwelijks te bedenken.

“Dood zijn?” fluisterde ik benepen.

Nauwgezet betuurde ik de overkant. De overbuurvrouw bleef kapoeres.

Maar plotseling was ze er weer. Kort nadat de familie was vertrokken, zag ik haar weer gaan door de woonkamer. Ze schuifelde, dat wel, maar verder leek ze behoorlijk levend. Heel eigenaardig.

Beter dan Netflix, dacht ik.

Standaard