Onteerd

Een man die eenmaal schipbreuk leed is bang voor iedere zee. Publius Ovidius Naso

Een man die eenmaal schipbreuk leed is bang voor iedere zee. Publius Ovidius Naso

De man was ergens in de dertig. Hij vertelde dat hij, als jonge militair, in Afghanistan op een bermbom was gereden.

“Mijn hele zijkant was verbrijzeld.” zei hij. De toon was gelaten, maar verborg zijn woede, vermoedde ik, door het fletse maar nog ongedoofde licht in zijn ogen. “En na negen maanden revalidatie kon ik weer vertrekken. Het interesseerde ze geen ruk hoe het met me verder ging.”

“Ik leef nu van een uitkerinkje. Als ik de zorg zou betalen, hou ik vijftig euro over om van te leven. Afgelopen week kreeg ik een brief van een incassobureau: of ik even binnen een week negenhonderd euro wilde schuiven.”

Hij schudde zijn hoofd.

“Mijn vaderland heeft me onteerd.” zei hij.

Het klonk niet eens pathetisch.

“Ik zag laatst iemand, die me nog kent van vroeger.” zei hij. “Je was toen zo’n sterke vent, zei die. Hou die herinnering vast, zei ik.”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.