OntmaskerdLeestijd 1 min

Hoe langer je leeft, hoe moeilijker het wordt om nog iets voor het eerst te beveleven. In iedere omarming nestelt zich ook iemand anders, zodat het steeds minder valt uit te maken wie je omhelst. Paul de Wispelaere

“Kuchte u nou?” vroeg de oudere dame in de buurtsuper tegen een jongere man. Hij droeg een stofmasker, zo eentje die in bouwmarkten wordt verkocht, met een kunststof mondstuk. De jongeman leek overvallen door de vraag – of betrapt, misschien. Hij schudde zijn hoofd.

“Nee hoor,” reageerde hij. De vrouw puntte haar ogen.

“Weet u dat zeker?” vroeg ze, “Ik meende toch echt iets te horen.” Weer schudde de jongeman ontkennend.

“Dat was ik niet,” zei hij. Hij probeerde zijn karretje om de anderhalvemetergordel van de dame te rijden, maar ze liet dat niet toe.

“Ik hoorde u toch echt kuchen,” zei ze.

“U vergist zich, mevrouw,” zei de jongeman. Duidelijk geïrriteerd reed hij weg, dwars door de veiligheidssfeer. De vrouw keek hem na, in verwachting van het noodlot. Ze werd niet teleurgesteld. Van achter de schappen klonk een luide nies als een kraaiende haan.

Zie je wel, sprak haar gezicht.

Standaard