OntspoordLeestijd 1 min

Ik was ook wel errug optimistisch geweest.

-“Nee, zet me maar hier af, in D. De trein komt hier ook wel.” Nee dus.

Nadat ik mijn kaartje had gekocht bij de automaat, zag ik de mensen staan wachten. De spoorbomen waren dicht. Getingel klonk. Meteen klonk een stem uit de luidsprekers.

-“Tussen Z en D rijden er vanwege een seinstoring geen treinen. Bussen worden ingezet.” Mooi. Had ik weer.

Ik liep naar de plek waar de bussen verwacht konden worden. Daar stonden al een twee vrouwen en een jongen. Eén van de vrouwen was duidelijk de moeder van de jongen. De ander had de oma kunnen zijn.

-“Hoe oud is hij?” vroeg de oma. De moeder streek de jongen over zijn hoofd.

-“Twaalf.” zei ze. “Maar geestelijk is hij drie.”

-“Mam.” zei de jongen, “Mag ik in de trein?”

-” Als de trein komt,” zei de moeder, “Maar eerst komt de bus.”

De moeder richtte zich tot oma.

-“Hij wilde naar de treinen kijken,” zei ze. “Daarom gaan we naar A. Maar nu staan we al ruim een uur te wachten.”

Oma knikte. De jongen raakte haar aan.

-“Ik wil in de trein.” zei hij.
-“Zo meteen.” zei zijn moeder.

[De bus kwam even later. Ik had uiteindelijk een half uur vertraging. Dat viel mee. Ondertussen viel mij dit haakje op, met een gehandicapten-logo. Wat zou dit in vredesnaam kunnen betekenen?]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.