Onzegbaar

Alleen hij is verslagen die dénkt dat hij het is. Fernando de Rojas

Ik voelde het tot in mijn konen.

“Ik ben boos op haar,” zei ik, waarbij het duidelijk moest zijn dat ik Moeder bedoelde. Zo boos was ik, dat ik haar niet dorst te benoemen. Lief trok mij naar zich toe.

“Herinner haar hoe ze was,” spoorde hij aan. Ik schudde verbeten mijn hoofd. Dat was ik niet van plan.

“Het was zoals Zus zei in haar grafrede: alles was nog niet gezegd. Er moest nog veel meer gezegd worden. En die stilte heeft ze meegenomen in haar graf. Ze had veel meer kunnen zeggen.”

Ik merkte dat ik mijn vuisten balde.

“Ik ben boos op haar,” herhaalde ik. Ik probeerde niet te snikken. Lief zweeg. We dachten samen, dacht ik, aan onuitgesproken woorden.

“Ze heeft niets gezegd,” zei ik. “Ineens is ze weg, zonder wat te zeggen.”

Ik sloot mijn ogen.

“Ik ben zo boos op haar,” zei ik dan.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.