Opgerold

flessen

Woede is een wind die de lamp van de geest uitblaast. Robert Green Ingersoll (1833-1899)

De ruzie was verworden tot een flinke matpartij. ’n Groep jongeren stond om ’t knokkende tweetal heen. Er klonken geen aanmoedigingen. Toch — of misschien juist daardoor — zinderde ’n dreigende escalatie.

’n Klein meisje — zes, zeven jaar, dacht ik — in een roze jasje probeerde op haar rolschaatsjes vooruit te komen. ’t Kostte haar zoveel moeite dat ze niet meteen in de gaten had dat er op ’t pleintje gevochten werd. Plotseling zag ze ’t tumult. Eerst schrok ze en viel bijna. Maar dan, toen ze haar evenwicht had hervonden, barstte ze in lachen uit. Ze wees naar de vechters en lachte. Hard.

’t Schateren rolde klaterend ’t pleintje over. De omstanders keken d’r van op. Ook ’t kampende koppel bleef als bevroren staan, mekaar beethoudend aan de kleren en de vuisten klaar tot stoten. Toen moest ’r iemand grinniken.

’t Meisje stond daar maar en wees en lachte. De één na de ander werd ’r door aangestoken, tot de hele groep bulderde. Uiteindelijk konden ook de kloppers zich niet meer serieus houden.

De vuisten ontspanden en de kleren werden losgelaten. De jongens keken mekaar even aan. Een glimlach brak door.

[Toen ze mekaar ook nog es een boks gaven brak er zowaar gejuich uit. Dit leek hèt moment voor een spetterend dansnummer. Met gierende gitaren en krachtig koper. En ’t meisje met ’t roze jasje in een wervelende rolschaatsact. Maar dat was misschien teveel gevraagd.]

Standaard

8 gedachten over “Opgerold

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.