Opsporing verzocht

dicht

Zoals de ogen der doden zachtjes worden gesloten, zo moeten wij de ogen der levenden zachtjes openen. Jean Cocteau (1889-1963)

“Ik heb net de ouwe kranten naar de buren ge­bracht.” ver­tel­de ik toen ik thuiskwam. “En toen zag ik dat hun gordijnen dicht waren.”

“De gordijnen dicht?” vroeg Brrrr. “Ja en?”

“’t Is midden op de dag.” zei ik. “Vind je dat niet vreemd?” Brrrr haalde z’n schouders op.

“Och.” zeidie alleen maar.

“Misschien ligt de hele familie d’r wel dood.” pro­beer­de ik de on­ge­rust­heid aan te wak­ke­ren. “Kool­monoxi­de­ver­gif­ti­ging of zo. Je leest zoveel. En als iemand ze gaat zoeken vinden ze onze kranten op de deur­mat. En dan denkt de politie van­wege ’t ouwe nieuws ver­moe­de­lijk dat ze al zeker vorige week ver­on­ge­lukt zijn.” De scham­pere blik van Brrrr negeerde ik.

“Misschien moet je ’n briefje in de bus doen dat ze gisteren nog leefden.” zei Brrrr. “Voor de politie.”

[Eigenlijk vond ik ’t ’n geniaal idee. Maar nadat ik voor de vierde keer aan ’n berichtje begonnen was, daagde ’t me dat ze via vingerafdrukken en buurtonderzoek toch wel bij ons uitkomen. ’t Komt nu vooral aan op ’n sluitend alibi.]

Standaard

7 gedachten over “Opsporing verzocht

  1. Onze gordijnen zijn ook al een paar dagen dicht. Moeten we nu bij de buren melden dat we nog leven?

    {Mowl: als ze ’n beetje op mij lijken, zou ik ’t maar doen.}

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.