Overkant

overkant
Als de gelegenheid komt aankloppen, moet je met je luie kont de zetel uit en openmaken! Ann Landers (1918-2002)

‘t Huis aan de overkant heeft ‘n voorportaal. Daar moet je naar binnen om de voordeur en de bel te vinden. ‘n Meisje, dat die bel zocht, had de constructie niet in de gaten. Ze stond ‘n tijdje voor ‘t portiek met ‘n blaadje in de hand voordat ze de moed opgaf en besloot naar ‘t volgende huis te gaan om ‘t daar maar te proberen.

Even later kwam ‘n jongetje langs, ook met ‘n blaadje in de hand. Hij keek naar ‘t huis en toen naar ‘t meisje, dat al even verder was.

“Hé Judith,” riep ie, “ben je hier al geweest?”

“Ja.” antwoordde Judith. ‘t Jongetje aarzelde even, maar liep daarna evenwel verder. Hij geloofde ‘t meisje.

[D’r was trouwens niks aan de hand: de overburen waren toch niet thuis.]

Standaard

Een gedachte over “Overkant

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.