PalmboomLeestijd 1 min

Alleen met de doden kunnen we een volmaakte verhouding hebben, zonder voetangels en klemmen. Shashi Deshpande

Ome Bernhard maakte palmbomen en kwam uit Breda – ik weet niet wat exotischer was, maar iedereen noemde hem ome Bernhard van Breda, dus misschien was dat het wel.

Als hij kwam – en omdat hij van zo ver kwam was dat niet vaak – ging hij zitten en rookte een sigaar.

Hij was in alle opzichten groot, herinner ik me: zijn postuur, zijn handen, zijn hoofd – en dan vooral: zijn lach, die bulderde alsof hij al zijn leven lang in Brabant had gewoond.

Misschien was dat ook wel zo.

Tussen de rookwolken door pakte hij een krant en wikkelde die op. Dan scheurde hij er repen aan de bovenkant in, trok de rol van binnenuit omhoog en de palmboom was klaar. Hoewel het telkens weer gebeurde, was het telkens weer een mirakel naar de schepping waarvan ik telkens weer ademloos keek.

Ome Bernhard van de Palmboom was toch een betere naam geweest.

Standaard