Passage

schaatsen

Alleen hij, die aanmatigend is, voelt zich achteruitgezet. Wie opzij treedt, is noch de eerste noch de laatste. Friedrich Rückert (1788-1866)

De stations-schoonmaker kwam aangereden op zijn scoot-mobiel. Hij stapte af en begon de trap op te lopen. Dezelfde trap die ik net naar beneden ging.

Zijn hoofd was gebogen. Hij keek niet op. Ik ging dus – voor de zekerheid – twee stappen naar links, om niet in zijn weg te staan. Tegelijk keek hij omhoog.

Hij zag mij en kwam op datzelfde moment met hetzelfde besluit. Alleen ging hij twee stappen naar rechts, voor mij links. We liepen weer in elkaars pad.

Niks aan de hand, dacht ik en keerde terug naar mijn eerdere gang. Hetzelfde bleek de schoonmaker te hebben bedacht. Gelijktijdig keerden we terug op onze oorspronkelijke plaats. De man keek omhoog. Ik meende een lichte ergernis in zijn blik waar te nemen.

Een beetje overdreven ging ik nu geen twee, maar drie stappen opzij. Net op tijd om de schoonmaker te ontwijken. Met het passeren hoorde ik hem heel duidelijk “Pfff!” blazen.

“Pfff!”

Hij nam me de woorden uit de mond.

[Es kijken wat voor spannends me morgen weer te wachten staat.]

Standaard

3 gedachten over “Passage

  1. Stationsschoonmakers moeten op enigerlei wijze hun aanwezigheid rechtvaardigen. Bijvoorbeeld door voortdurend in de weg te lopen.
    (Grapje, jongens, dankzij jullie is mijn station schoon.)

    {Mowl: we kunnen niet zonder ze.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.