PelgrimsLeestijd 1 min

In Rome is iedereen pastoor of wil het lijken.Casanova

Het pleintje aan de Via Laurentina, op onze weg naar Vaticaanstad, droeg geen naam, net als de mannen op de bankjes. Een enkeling sliep, een ander dronk bier en geen van hen leek een bestemming te hebben.

Het was warm – het was Rome in augustus – en we hadden een bankje gevonden om er het water te drinken dat in de rugzak intussen lauw was geworden.

De jongen die voorbijkwam kreeg drie sigaretten.

Hij keek verrast en blij en liep naar een bankje even verderop. Zijn dankbaarheid voelde ongemakkelijk. Gelijk de plotselinge gift de jongen blijkbaar deed beschromen – hij deelde ze met andere pleinbezoekers. Ze liepen langs ons heen, terwijl ze de sigaretten verstopten in een naad van hun hemd.

Het was voor later, begreep ik, wanneer de tijden nog meer naar nicotine noopten.

We lesten onze dorst en zetten onze wandeltocht naar de Sint Pieter verder.

God was niet hier.

Standaard