Jeugd van tegenwoordigLeestijd 1 min

Soms denk ik: ik moet toch eens iemand tegenspreken. Zoiets brengt vuur in de conversatie en je krijgt er – nog mooier – vijanden door. Gerrit Komrij

“Kun je me verstaan?” riep hij, gedoken in een hoodie in zijn eentje langs de kant van de weg. Hij stapte flink door nu het ging duisteren en zijn gezicht was verdekt, maar zijn stem verried een goed humeur. Misschien wel te goed.

“Ik ben een oortje kwijt,” zei hij, “Vandaar. Dus noem me maar Vincent.”

Hij lachte luidop zonder geluid, alsof hij wilde wachten wat de ander ervan vond. Die reactie was onvoldoende, zo leek.

“Een oortje,” herhaalde hij, “kwijt. Net als Vincent. Dus.”

Er was geen Dus aan de andere kant.

Hij zuchtte. De grap viel harder dan verwacht.

“De schilder, man, je weet wel. Vincent.”

Het moest blijkbaar toch nog uitgelegd.

“Ja, weet ik veel, Vincent. Van die Mona Lisa, geloof ik. Ja. Van Rijn. Vincent van Rijn. Ken je die niet?”

Hij grinnikte hoofdschuddend.

“Het klopt echt hè, wat ze zeggen, over die jeugd van tegenwoordig.”

Standaard