Remslaap

Als je met het hoofd in de wolken loopt, moet je de voeten stevig op de grond houden. Harry Mulisch

Lief lag in mijn armen en sliep. Zijn adem stroomde uit zijn neus over mijn lippen en kin. Ik voelde zijn hand om de mijne. Een vinger verslapte even en spande weer aan.

Met mijn ogen dicht voelde ik zijn glimlach op zijn gezicht tegen me aan. Door het gordijn gefilterd viel het zonlicht over ons heen.

Wanneer hij uitademde, ademde ik zijn adem in. Mijn arm rustte op zijn torso en rees en daalde mee met het wassen en krimpen van de borst.

Hij leeft, dacht ik. Of nee, dat dacht ik niet – dat wist ik. Wij leven, wist ik.

Lief draaide zich. Hij kreunde erbij – zacht, dat wel. Ik trok hem tegen me aan.

“Kon het maar altijd zo zijn.” hoorde ik hem mompelen. Nu glimlachte ik, voelde ik met mijn ogen dicht.

Dan hoorde ik dat ik mezelf had gehoord.

Mijn gedachten zijn zijn stem, wist ik.

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.