RoeLeestijd 1 min

De reizigers waren rustig in de trein. Het zal aan het late uur hebben gelegen.

Plotseling klonk de stem van de conductrice door de luidsprekertjes.

„Ik sta hier aan het begin van de trein,” — haar stem klonk van meet af aan dreigend — „En ik zie hier drie fietsen staan.” Het was even stil. „Misschien is het u onbekend, maar ook fietsen dienen een vervoerbewijs te hebben. Ik wil daarom de eigenaren verzoeken zich onmiddellijk bij mij te melden.”

Einde boodschap. De reizigers in onze coupé reageerden lauw. Het bleef enige tijd stil. Na een aantal minuten meldde zich de conductrice weer.

„Nogmaals wat betreft die fietsen.” hernam zij. „Eén eigenaar heeft zich inmiddels gemeld,” — ik zag het gezicht van de ongelukkige voor me — „De overige twee blijven onbekend.”

Het werd spannend, dat was duidelijk. De conductrice liet er ook geen gras over groeien.

„Ik geef de beide eigenaren nog enige momenten de gelegenheid om hun vervoerbewijs voor de fiets te tonen.”

De dramatiek naderde haar hoogtepunt.

„Zo niet, dan zal ik de fietsen aan de overige reizigers te koop aanbieden voor de prijs van een Dagkaart Fiets.”

[Ze beëindigde de mededeling. Er is geen fiets te koop aangeboden, zodat ik aanneem dat de fietsbezitters eieren voor hun geld hebben gekozen. Jammer.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.