Sears Tower

Copyright: Geri van den Boom/Fotogroep De Salon

Als ik thuis buiten sta, doe ik soms mijn ogen dicht en verbeeld me dat ik Sears Tower zie. Het is niet moeilijk, want ik heb het zo vaak gezien. En mocht ik het vergeten, dan heb ik nog altijd de foto’s aan de muur die me er aan helpen herinneren.

Als ik niks zie en alleen die toren, dan is het net alsof ik het kan aanraken, zo echt zie ik het. Maar als ik dan mijn ogen weer open is alles weg en weet ik wat ik probeerde te verbergen: dat het allemaal illusie was.

Dat is het verdomde van dit land, denk ik dan, dat alles zo dichtbij lijkt maar uiteindelijk veel onbereikbaarder is dan je dacht.

Een oom is gestorven. Een oom uit Den Haag. Daarom ben ik hier. Ik kende hem nauwelijks, maar het was een goede reden om weer eens terug naar hier te keren. Er is altijd wel een goede reden – en als die er niet is, dient die zich wel aan. Ik moet zeker elk jaar een keer terug. Ik kom tenslotte hier vandaan, en het blijft trekken. Altijd.

Ik zou het soms best willen, voor altijd terugkeren. Het kan: we zijn nu allebei met pensioen. Maar ik ben bang dat we uit elkaar zijn gegroeid. Het land van vroeger dat ik met me heb meegenomen bestaat niet meer. Niet omdat ik dat niet zou willen, maar omdat het gewoon zo is. Dat weet ik ook wel. Ik ben realistisch.

Ach. Indiana is ook mooi. Daar wonen we. Het is er groen en wijds. Vlak ook. Het doet me denken aan dat land van vroeger, waar geen grenzen leken te bestaan en waar je kon kijken tot aan de hemel en de horizon. Misschien dat ik me er daardoor zo thuis voel en opgesloten.

Ik verlang vaak naar Chicago. Er is daar geen horizon, alleen de hemel – maar de mensen kijken er niet alleen naar, ze klimmen erheen. Ze bouwen torens om er te komen. En als ze niet vallen komen ze er ook!

Misschien droom ik teveel, misschien ben ik daarom wel hier terecht gekomen, omdat ik teveel droomde. Omdat de weidsheid van vroeger me benauwde en ik verder wilde dan de hemel, voorbij de horizon.

En zo kwam ik uiteindelijk hier. En nu wil ik naar daar.

Nog liever daar dan terug naar hier. Het liefst. Echt. Terug bestaat ook niet meer. Dat hebben ze me al verteld, dat heeft iedereen me gezegd, dat het land van toen er niet meer is. Het is verdwenen. Weg.

Dat geeft niks, ik wil niet eens meer terug. Ik wil naar daar, waar ik de toren echt kan aanraken en niet alleen wanneer ik mijn ogen sluit.

Maar ja. We zijn met pensioen, ik zei het al. En dus blijven we hier.

Mijn man is een Duitser. Dat heeft er niks mee te maken, maar toch vertel ik het. En hij wil niet meer weg.

Niet dat hij zo gelukkig is met waar we zitten. In elk geval niet zo ongelukkig. Het is hem om het even. Maar we zijn met pensioen, zegt hij, en dan willen we niet meer verhuizen.

Dat zegt hij.

En dus blijft hij. En omdat hij blijft, blijf ik ook.

Het is niet erg. Denk je dat? Och hemel. Ik moet nu verschrikkelijk depressief klinken, mijn god. O nee, dat ben ik niet, o nee. Stel je voor.

Ik klaag niet. Toch? Ik mag niet klagen. Alles is goed. Ik heb mijn man nog en samen hebben we onze gezondheid. Ik ben daar elke dag dankbaar voor. Eerlijk. We hebben een goed leven. Alles gaat goed.

En als ik mijn ogen dichtdoe dan is alles uiteindelijk dichtbij. En dan kan ik alles ook aanraken. Bijna. Dus waarom zou ik klagen?

Dit verhaal is – op verzoek – geschreven voor en oorspronkelijk gepubliceerd op de website van Fotogroep De Salon. Drie fotografen hebben, hierdoor geïnspireerd, hun camera en creativiteit de vrije hand gegeven. Het resultaat (en mijn commentaar) kun je hier lezen. De gebruikte foto is gemaakt door Geri van den Boom.

Standaard

2 gedachten over “Sears Tower

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.