Soort

Geef toe: als alle mensen broederlijk naast elkaar zouden leven, dan zou het hier wel een héél saaie boel worden. David Cronenberg

De twee jongens die het café uitrenden zouden misschien een jaar of twaalf zijn, de uitbater die hen achterna kwam was er in elk geval een veelvoud van. Hij liep de knapen na en schreeuwde ze toe.

“Waag het nog eens om in mijn kroeg te komen,” riep hij, “stelletje nietsnutten!”

Hij hield stil, mogelijk omdat de kinderen vanzelf al sneller gingen dan hij. Met een uitgestoken vinger zwaaide hij ze na.

“Ik ken jullie soort!” overstemde hij zichzelf, “Er komt niks van jullie terecht!”

De jongens bleven nu ook staan, op veilige afstand. De man liep terug naar het café.

“Jullie soort?” vroeg de ene jongen hardop, “Wat bedoelt hij daarmee?”

De andere jongen leunde op zijn knieën en hijgde uit.

“Weet niet,” zei hij, “we zijn wel gekleurd, weet je nog?”

De eerste jongen zag hoe de man weer zijn zaak binnenstapte.

“Hij was anders roder,” grinnikte hij.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.