StoepLeestijd 1 min

Opruimen geeft rommel. Jan Huinck

Hij veegde de stoep voor zijn huis – dezelfde stoep waarover ik kwam aangewandeld.

Even dacht ik erover om langs de geparkeerde auto’s te gaan, zodat we voldoende ruimte hadden, maar de man nam zijn bezem al en stelde zich op aan de rand van het trottoir. Hij knikte me daarbij toe, zodat ik begreep dat ik niet hoefde uit te wijken.

Beleefd knikte ik terug.

Al was de ruimte die hij bood zeker geen anderhalve meter, bedacht ik me dat ik onwaarschijnlijk langer dan een kwartier in zijn nabijheid zou zijn – en bovendien nog in de buitenlucht, dus wat kon me werkelijk gebeuren.

Terwijl ik langs liep stootte ik – per ongeluk! – tegen het keurig bijeengeveegde hoopje zand en takjes. Geschrokken keek ik naar de man.

Hij sprak niet, maar zijn ogen spuwden de meest hartgrondige verwensing die ik in tijden gehoord had.

“Sorry,” mompelde ik gedwee, voordat ik kleinmoedig wegvluchtte.

Standaard