Stukjes

Foto: Rick Kewal Gademann
Wie zou niet huilen als zelfs dat wat onsterfelijk heet niet voor de ondergang is gevrijwaard? Johann Wolfgang von Goethe

De bomen kraakten.

We wandelden door het bos. Het was het gouden uur. De zon zette de horizon in brand. De wolken kleurden rood en paars. Een fietser naderde. Het was de stukjesschrijver. Hij stopte.

“Hoe is het?” vroeg hij.

Ik knikte.

“We hebben je al lang niet meer gezien,” zei ik. Hij wreef met zijn oranje handschoenen over het stuur.

“Klopt,” zei hij.

We wisten alledrie waar we het over hadden.

“Het zal nog wel tot de zomer duren,” weemoedde ik. Hij keek verbaasd.

“Denk je?” zei hij, “ik ga ervan uit dat het tegen april al een stuk beter zal zijn.”

Hij liet zijn fiets veren. Het was hem ernst, zag ik.

“Tja,” zei ik, “laten we het hopen.”

Hier gedijden vertrouwen naast vertwijfeling, geworteld in dezelfde beproeving en bemest met gelijkaardige tijdingen.

“Je bent een optimist,” stelde ik vast. Hij glimlachte.

“Ik ben erger genoemd,” zei hij.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.