TektoniekLeestijd 1 min

Er zal een feest zijn geweest, dat duurde tot ná de laatste trein. Want toen ik vanmorgen, met de eerste trein, naar Z reisde, reisden met mij verschillende jongeren (Ben je oud als je dat woord gebruikt? Nah, het begint te komen!) mee.

Ze waren niet dronken of baldadig – ze waren vooral moe. Zoals de twee meisjes die op mijn plek gingen zitten (als je jarenlang dezelfde route reist, meen je recht te hebben op je eigen plek; ik heb het ze vergeven – ze wisten niet beter) en prompt in slaap vielen, de hoofden tegen het raam.

Er stapten ook twee jongens in, één met een spijkerjasje, de ander met een vest. Ze gingen links van mij zitten, dat wil zeggen: links van de plek waar ik me nu opeens een reisplek had moeten maken. Het spijkerjasje viel meteen in slaap, terwijl het vest nog even moedig probeerde wakker te blijven. Het lukte hem niet en uiteindelijk sukkelde zijn hoofd voorover, tussen zijn knieën. Een houding die hij, naar ik aannam, geen nacht zou volhouden.

De automatische omroeper kondigde gedurende de reis de volgende stations aan. Toen hij vertelde dat we Z naderden, schrok het vest wakker. Hij keek naar links en zag het spijkerjasje onverstoord doorslapen. Een glimlach verscheen op zijn gezicht.

Het vest liep, zonder het spijkerjasje te wekken, naar de deur. Hij keek me samenzweerderig aan. Ik voelde me ongemakkelijk. Moest ik het spijkerjasje wakkermaken?

Toen de trein stilstond en de uitgang geopend werd rekte het vest zich uit.

-“Heej, Niek!”

Het spijkerjasje schrok wakker.

[Net op tijd wist hij de trein te verlaten. Even later fietsen ze langs mij, het spijkerjasje en het vest. Op één fiets. Het spijkerjasje trapte, het vest zat achterop.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.