ToetLeestijd 1 min

Als de deuren van de waarneming rein zijn, zie je de dingen echt. William Blake

Zo had ik me Steinbecks Lennie voorgesteld, alleen heette hij Thomas en deed Toet. Zijn vader hielp hem met het afdoen van de koptelefoon, die hij, samen met de erop aangesloten tablet, opborg in een plastic tas.

“Toet!” deed Thomas.

“Nu gaan we eerst onze handen schoonmaken,” zei de vader, “ik zal het voordoen.”

Hij hield een hand onder de verdeler en pompte er wat smeersel op.

“Kijk zo,” zei hij, “en daarna wassen.”

Thomas hield zijn handen onder de papierrol. De vader geleidde ze naar de juiste plek en tapte wat ontsmettingsgel op de vingers.

“En dan wassen,” herhaalde hij.

Hij nam Thomas’ handen in de zijne en wreef ze droog.

Thomas was als Lennie, zei ik al, zo imposant dat hij neerkeek op zijn vader, die misschien gering mocht zijn in gestalte maar waarlijk groots voor de jongen. Dat zag je.

“Schoon,” voltooide de vader.

“Toet,” deed Thomas.

Standaard