UitgeteldLeestijd 1 min

Wie maalt er om de sporen die wij achterlaten? We hebben één leven, streng afgelijnd. Eén maar. Ons leven. Iets anders hebben we niet. Ugo Betti

Het was niet voor een dag of tien geleden dat ik de eerste vlinder telde. En daarna duurde het nog een tijd voor ik de tweede zag. Ik maakte me wel zorgen, natuurlijk, maar meer nog miste ik het fladderen van de bonte papiljoenekes.

De vleugels als van gespannen vloeipapier, die met elk zuchtje wind dreigen te scheuren, wat de pellarijnen niet stopt om, zoals de herkomst van hun naam al zegt, schijnbaar zinloos te bewegen, roekeloos welhaast, het gevaar dagend, omdat ze al een keer uit de dood zijn herrezen.

Gisteren, ergens tussen bossen en heide, nummerde ik er meer. Toen ik uiteindelijk stopte, was ik al tegen de dertig geraakt. Het voelde als een kleine genoegdoening de kleuren te zien en het dansen tegen de zwaartekracht.

Later hoorde ik dat de stad weer drukbevolkt was. Mocht ik een vlinder zijn, ik zou me er ook niet laten zien.

Standaard