Verloren onschuldLeestijd 1 min

Twee jaar geleden verliet ik ‘s ochtends de trein naar mijn werk. De wereld was niet meer zoals daags ervoor, had iedereen me gezegd. Er was een nieuwe orde. De wereld had definitief zijn onschuld verloren. Waar het naar toe zou gaan, wist niemand. Alleen was iedereen het hier over eens: het zou nooit meer zo worden als het gisteren nog leek te zijn, voordat die vliegtuigen zich in die torens boorden.

Ik was, natuurlijk, nog steeds onder de indruk toen ik van het station naar mijn werk liep. Het was nog donker en ik liep langs een parkje met struikgewassen. Toen zag ik die man.

Een man, in een oranje vest, alsof hij bij een wegenbouwbedrijf werkte. Of als klaarover bij een lager school. Of bij een beveiligingsinstituut.
Hij had een herdershond bij zich en die hond snuffelde door de struikgewassen. Ik liep voorbij alsof ik niks had gezien. Maar vanuit mijn ooghoeken hield ik ze in de gaten, die man in zijn oranje vest en die hond. Wat waren ze aan het doen?
Vanuit het licht van de gebeurtenissen en de commentaren van die dag ervoor, was ik geneigd om te denken dat het zich hier om een speurtocht van de geheime dienst betrof. Er móesten aanwijzingen zijn binnengekomen dat er zich in die struikgewassen waar ik dagelijks voorbijliep een gevaar voor de samenleving bevond. Ik rilde. Was dit nu die nieuwe, niet langer onschuldige wereld?

Even later bedacht ik me, dat het wel vreemd was dat een geheime dienst oranje vestjes zou gebruiken.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.