VerwachtingLeestijd 1 min

Tijd is slechts de rivier waarin ik ga vissen. Henri David Thoreau

Hij duldde het leven, enkel omdat hij nu eenmaal geboren was, maar verbeidde het einde ervan – zoals zovelen van ons. Goddank verwachtte hij dat het niet te lang zou duren.

“Vijftig?” informeerde ik.

“Drieënvijftig,” stelde hij beslist, “uiterlijk.”

Ik kauwde op het vooruitblik.

“Wat als je eenmaal zover bent,” bestond ik, “en…” Ik dorst de zin niet te voltooien.

“En…?” drong hij aan.

“Nou,” zwichtte ik, “wat als je eenmaal zover bent en je ziet in dat dit het is en je bent er tevreden mee? Gelukkig zelfs, misschien?”

Hij had de mogelijkheid niet eerder bedacht, of in elk geval niet toegelaten. Hij verblikte.

“Vreselijk,” mompelde hij, zich afdraaiend. Een woord dat hij alleen nog maar kon herhalen. “Vreselijk.”

Dan keek hij me rechtstreeks aan.

“Mijn grootvader en diens vader zijn allebei ver in de negentig geworden,” zei hij. Dan keek hij weer weg.

“Vreselijk,” zei hij nog een keer.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.