VluchtgedragLeestijd 1 min

Ieder mens is de architect van zijn eigen lot. Appius Caecus

Schijnbaar zinloos rende de hond rond over het weiland – de neus naar voren en de achterpoten gestrekt, zowat vliegend, negerend dat er virussen zouden zijn of beperkingen en vergrendelingen. Onwetende gelukzaligheid kruipt onder de huid van de getuige – zeker wanneer ze het baasje is van het dier.

De vrouw riep het dan ook tot de orde.

“Zoë!” riep ze. Haar stem droeg ver en noodde tot herhaling. “Zoë!” riep ze nog een keer.

Het was niet duidelijk wat de hond moest stichten of staken, maar hoe het ook zij: hij hoorde haar niet – mogelijk omdat zijn oren in de wind speelden en de toegang voor bevelen was afgesloten. Dat zou ik althans hebben gedaan, als ik het genot al had kunnen vinden in het gras onder mijn voeten en de lucht door mijn hoofd.

Maar ik was misschien toch meer zoals het vrouwtje.

Zolang mijn stem maar minder schel klonk.

Standaard