Waai, waai, waai, waai

waaier
Een waaier van opinies is noodzakelijk voor objectieve kennis. Paul K. Feyerabend (1924-1994)

Brrrr was d’rmee begonnen. En ik moest d’r in ‘t begin vooral om grinniken — niet eens besmuikt: ronduit grinniken om ‘n waaier.

‘k Vond ‘t vooral ‘n potje aanstellerij. Welke rechtgeaarde vent ging nou ‘n potje zitten waaieren? Bovendien: zo warm werd ‘t nou ook weer niet, hiero. Als ‘t es ‘n graadje of dertig werd was ‘t al veel, nietwaar?

Maar deze zomer (die nu al ‘n dag of vier duurt) ben ik omgegaan.

“Wil jij d’r niet es één proberen?” vroeg Brrrr (hij heeft d’r intussen drie).

“Och.” zei ik terwijl de zweetstromen langs m’n hoofd gutsten. En om hem ‘n plezier te doen — en alleen daarom — accepteerde ik ‘t aanbod.

Sindsdien ben ik om. En waaier ik me suf. Ik ben in de hemel.

[Alleen ben ik nu bang voor ‘n waaierpols. Kent iemand dat, ‘n waaierpols?]

Standaard

5 gedachten over “Waai, waai, waai, waai

  1. Vind jij het raar dat zwervers je Kankerhomo noemen?

    {Mowl: ook stoere mannen kunnen waaieren, hoor. Ik ken er geen, maar ‘t zou best kunnen.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.