Weerslag

sporen
Wie alleen maar voorwaarts gaat, ziet zijn voetsporen niet. Hans Kudszus (1901-1977)

“Mijn vader is net gestorven.” spoog ze. “Wie ben jij eigenlijk om me te vertellen waar ik mag roken?”

‘t Meisje deed me denken aan Lisbeth Salander — qua postuur en communicatievermogen. Ze had naast me gezeten, op ‘n bankje op ‘t perron. Toen ze ‘n sigaret opstak en de rook in m’n gezicht dreef, had ik d’r gevraagd dat ergens anders te doen. Ze zei niks, pakte d’r spullen en verdween uit beeld. Tot ze weer voor me stond en d’r opgekropte woede liet varen.

Ik reageerde onbenullig. Ik zei iets dat mijn vader ook dood is en dat ik daar geen rechten aan ontleen. Of zo. ‘t Meisje ging weer zitten en we zwegen mekaar weg. En daarmee was de kous af. Dacht ik.

[Maar waarom bleef ik me dan afvragen wat ik eigenlijk had moeten zeggen?]

Standaard

7 gedachten over “Weerslag

  1. Tsja vaders sterven nu eenmaal. Goed dat je in ieder geval de vaderlijke rol op je nam en haar terechtwees.

    {Mowl: de combinatie van je eerste en je tweede zin maken ‘t wat
    unheimisch.}

    • Oeps ja, nu je er zo nadrukkelijk op wijst.. maar wees niet bang, ook jij zal een dag sterven. Of er dan meisjes in al hun misère sigaretten gaan roken is de vraag.

      {Mowl: dat ik dood zal gaan is nog nooit bewezen. En misèremeisjes mogen mankeren.}

  2. “Wees aardig tegen rokers want elke sigaret kan hun laatste zijn”? Het zou tch wat zijn als wetten en regels tijdelijk niet gelden wanneer iemand verdriet heeft. “Ja, meneer de rechter, ik weet dat ik m’n ex niet had mogen doodschoppen maar weet U, m’n kat was net over-reden.” -“Och, dan is het goed.” Beetje zwart-wit gesteld natuurlijk…

    {Mowl: natuurlijk, jij en ik hebben gelijk — maar toch voel ik enige compassie met ‘t meisje. Dom natuurlijk, maar ik ben ‘n gevoelsmens, hè.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.