ZeeziekLeestijd 1 min

Zij, die de zee overvaren, veranderen van klimaat maar niet van aard. Horatius

Ze had er zin in.

“We gaan naar mijn zwager, dit weekeinde,” bezong ze, “we zijn er al zolang niet meer geweest.”

Ze zette haar bril af en vouwde het montuur samen in haar handen.

“Vroeger bleven we daar altijd slapen,” zei ze, “maar vanwege corona kan dat niet meer, dus…” Meer hoefde ik niet te weten, zag ik.

“Hij werkt bij de marine,” vertrouwde ze me toe, “al zesentwintig jaar. Of was het zevenentwintig?” Ze dacht na door met haar ogen te draaien. “Zevenentwintig,” knikte ze, “ja.”

Voor de zekerheid keek ze nog even omhoog.

“Jammer dat hij niet tegen varen kan,” peinsde ze.

Het was even stil.

“Hij is wel een keer meegegaan naar Denemarken,” vertelde ze, “maar toen is hij onderweg zo ontzettend zeeziek geworden, dat hij daarna nooit meer een voet op een boot heeft gezet.”

Ze keek me bezadigd aan.

“Toch bijzonder, hè,” bedacht ze.

Standaard