Winterhulp

vet

Het is niet meer tot de dood ons scheidt, maar tot de schijt ons doodt. Wim Kan (1911-1983)

Brrrr had vet­bolle­tjes aan ’t hek ge­hangen en appels d’rop ge­spietst. Nou werd ie blij.

“Moet je kijken.” zei die enthousiast. “Ze hebben ’t ont­dekt.”

Diverse vogels pikten aan de lekkernijen dat ’t ’n aard had. ’t Was inderdaad aandoenlijk. Maar ik zag nog wat anders.

“Leuk ja.” zei ik. “Maar ze hebben ook m’n zadel ondergescheten.” Brrrr bleef d’r onberoerd door glunderen.

“Dat doen ze altoos.” zeidie.

[Ach, laat ’m maar. Hij is nu de zieke met koorts- en kilterillingen, ’n houten hoofd en overal spierpijn. Alleen ’t eruptiebraken — dat lukt ’m nog niet.]

Standaard

5 gedachten over “Winterhulp

  1. Jaartal schreef:

    Ik krijg altijd een heel speciaal gevoel van binnen als iemand ‘altoos’ zegt. Maar gelukkig is het gebruiken van het woord ‘eruptiebraken’ kort daarna voldoende om die bijzondere spanning af te breken.

    {Mowl: dat effect heeft dat woord vaker.}

  2. claske schreef:

    Vogeltjes pikkend aan appels en vetbolletjes…… niets ontroerenders dan dat. Ik neem hun fleddertjes graag voor lief.

    {Mowl: tot ze je zadel befledderen.}

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.