AfstandelijkLeestijd 1 min

Zonder tegenwind stijgt geen vlieger op. Marijke Lingsma

Vooralsnog waren we niet beperkt tot ons huis, dus wandelden we – zoals zovelen – door straten en parken. De overheid had een alarm doen uitgaan en iedereen zekerheidshalve gesommeerd tenminste anderhalve meter ruimte tot elkaar in acht te nemen.

Niet iedereen hield zich aan deze richtlijnen door midden op de paden te blijven lopen – maar een groot aantal knikte met begrip en verbinding wanneer men ons zag uitwijken en deed zelf evenzo een stap opzij. De opgelegde kloof smeedde vreemd genoeg een onzichtbare band.

“Het lijkt wel alsof we steeds dichter tot elkaar komen,” fluisterde ik tot Lief.

Hij knikte en wilde, gelijk met mij, de buurtsuper inlopen. Tussen de schuifdeuren verscheen daar ineens een gekende zwerveling.

“Heeft u misschien een euro?” vroeg hij beleefd, maar op nog geen el van me vandaan. Ik verschrok.

“Nee!” beet ik hem toe.

Als ik hem voorbij vluchtte zag ik voor altijd zijn ogen.

Standaard